Winter I
Robin Hendrickx
Kop van Noord-Holland
Winter I
Traag kleurt mijn wereld goud en somber
Het zilver weerspiegelt in de lucht en als ik zucht
wolkt mijn adem in de kou van de morgen
De warmte van de zon zit gevangen in de bladen
Die steeds meer en sneller naar beneden dalen
En daar op de grond kondigen zij het donker aan
Ik maak me zorgen
Mijn winters hart laat een traan
En droefgeestig kijk ik mijn koude aan
De vorst moet nog komen
Met het verkleuren van het leven en ontwarmen van de dag
Raakt ook mijn ziel van slag
Ik werp mijn schaduw langer en ik ben bang
dat het licht mij niet meer vinden kan
Ik wil niet steken in het seizoen van afwezigheid
van stilte, kou, en niets
Het duister heeft mijn hart gevonden
En het voelt alsof het vriest
Steeds meer en vaker hoor ik van mensen om me heen dat ze worstelen, met zichzelf, met de wereld, en zich somber voelen. Dit gevoel is ook mij niet onbekend, en ik heb dat geprobeerd in woorden te vangen.